Immanuel Kant (1724-1804)
Kant vormt het hoogtepunt van het denken dat wordt aangeduid met de moderniteit. We zien bij hem een consequent doorgedacht rationalistisch dualisme met de daaruit volgende consequenties voor het menselijk kennen en een diepgaande analyse van de mens als autonoom rationeel subject met daaruit volgend de vrijheid en de ethiek.
De autonomie en de rationaliteit vormen de essentie van de (moderne) mens.
Het dualistisch concept van Kant
Naast de theoretische benaderingen in zijn Kritieken analyseert Kant ook de praktijk. De mens heeft als Vernunftperson weliswaar het redelijk en moreel vermogen maar dat wil niet zeggen dat individuen ook redelijk en moreel gedragen. Het leven van een individu is ook te kort om alle ervaring en wijsheid op te doen. De mensheid met zijn cultureel overdraagbaar erfgoed zou echter wel tot perfectionering kunnen komen. Hij gaat daarbij optimistisch uit van een proces van vooruitgang.
Kants antropologie:
De Antropologie van Kant is een empirische activiteit.
| De de kennis van de mens is gebaseerd op: | Problemen daarbij zijn: | |
| Individuele ervaring | We zijn bij emoties niet goed in het observeren | |
| Reizen en Reisbeschrijvingen | De observaties (vragen) beïnvloeden/wijzigen het gedrag | |
| Wereldgeschiedenis | Plaats, tijd en omstandigheden bepalen gedrag | |
| Litteratuur, toneel etc. | Omstandigheden bepalen gedrag |
De mens functioneert als een redelijk wezen op drie niveaus:
1. technische aanleg: Deze is zaak/object gericht. Dieren functioneren op basis
van instinkt. Dat wij als mensen geen instincten hebben en dus vanaf het eerste
mensenpaar als Vernunftdier flexibel en creatief genoeg was om de gevaren van de
natuur het hoofd te bieden.
2. Pragmatische aanleg: gericht op sociale processen. De natuurlijke neigingen
moeten geciviliseerd worden.
3. Morele aanleg: handelt over het vrije en morele handelen: als noumenaal,
Vernunftsubject met een intelligibel karakter is de mens goed. Als empirisch
subject daarentegen is de mens van nature slecht.
Kant's dualisme leidt tot een consistentie probleem:
| enerzijds | anderzijds | |
| Het niet empirische noumenale subject | Empirische subject | |
| Subject met Vernunft | lichamelijke zintuigelijkheid | |
| zuivere vrije wil | natuurlijke noodzakelijkheid | |
| hoe vrij te handelen ? |